Historiek

De eerste stappen :
Geboren op Kerstmis 1962 had ik als jongeling al steeds een voorliefde voor dieren. Op de gewezen boerderij van m’n grootouders hield ik er m’n mini-boerderij’ke op na, met de meest diverse dieren. Paarden behoorden tot de lievelingsdieren. Toen ik echter eind jaren ’70 een buur kreeg (Antoine Remue) die een duivenhok in zijn hof neerplantte, was ik direct verkocht én verknocht aan de duiven.
Mijn vader, die vroeger als jongeling ook nog duivenliefhebber was geweest , was direct akkoord en op de zolder van een leegstaand huis dat hij als magazijn gebruikte, werden de eerste duivenhokken gebouwd (hok-in-hok systeem).
En dan, de eerste zondag van de grote vakantie 1979, werd ook voor het eerst deelgenomen aan een ‘duivenvlucht’. Op die 1° zondag van juli 1979 werd ik dus écht duivenmelker. Twee straten verder in het dorp woonde ene Johan De Vroe, en wil nu het toeval dat ook hij rond dezelfde periode als ik ‘gebeten’ werd door de duivenmicrobe. Precies dezelfde dag startten we als échte jonge liefhebbers.
Er werd gestart met duiven van Antoine Remue (Lemberge), Roger Vandevyver (Landskouter), Jules Verbeke (Landegem) en Lucien De Rudder (Merelbeke).

Quiévrain, de eerste liefde :
Niettegenstaande dit eerder halve-fond spelers waren speelde ik met deze rassen op de Quiévrain- en soms ook op de Noyonvluchten in de buurt. Quiévrain zat toen écht in de lift en kon in meerdere lokalen in de omgeving worden ingekorfd. Meestal met de fiets werden toen tal van lokalen ook afgedaan. Al snel kon ik me meten met de ‘tenoren’ op de Quiévrainvluchten. Het lokaal ‘De Straalvliegers in Munte’ was echt een duiventempel toen. Maar ook in lokalen in Melle, Gentbrugge, Oosterzele, Balegem, Heusden en Gijzenzele kon op Quiévrain worden ingekorfd.
(Al deze lokalen bestaan heden niet meer !). Meestal werd gekozen voor 2 inkorvingslokalen per weekend. Het waren steeds spannende momenten en de pastoor in het dorp was op zondagmorgen soms jaloers omdat er méér auto’s van “wachters” aan mijn adres stonden dan aan zijn kerk.
Schitterende jaren van succes volgden op Quiévrain. Zo werden enkele seizoenen na elkaar méér als 25 eerste prijzen per jaar behaald en werd eens een jaar in het lokaal bij ‘Den Boer’ in Schelderode àlle koning- én kampioenschappen zowel met oude jaarlingen àls jonge gewonnen. Mooie herinneringen zijn het inderdaad steeds gebleven. Zoals die keer toen er een ‘hespenvlucht’ werd ingericht op Zingemkermis in het lokaal aldaar. 7 beenhespen van nagenoeg 10kg/stuk werden toen gewonnen alsmede 2 zetels, en nog tal van andere naturaprijzen. Of die vluchten welke ‘De Neuze’ in Gijzenzele gaf of kerstmis !!! (jaja 25 december) en de duiven in de sneeuw op het dak moesten vallen. Folklore én plezier… in vervlogen tijden.
Ondertussen had echter ook een andere microbe me gebeten en dat was deze van de politiek…. In 1988 werd ik gemeenteraadslid in Merelbeke en toen werkte ik ook in Brussel op enkele ministeriële kabinetten. Vele avonden én ook weekends werden voortaan gevuld met vergaderingen, congressen en dergelijke meer. Vermits ik ook nogal sociaal actief was en ik bovendien in die periode ook mijn vader verloor, werd nogal veel hooi op de vork genomen. Doch, je bent jong én ambitieus en dan kan een mens al wat aan.
In 1993 werd een tuinhok bij geplaatst. Het spel met de duiven spitste zich vooral toe op de weduwnaars, doch dit belette niet om in 1994 3° Provinciaal kampioen te worden met een jong duivinneke dat 5 x 1° en 1x 2° vloog op één seizoen.
Quiévrain begon echter een beetje te tanen, tal van lokalen verdwenen en we kregen het fenomeen dat duiven zelfs geen toerke meer mochten maken of een mooie uitslag kon je vergeten.

Nieuwe uitdagingen :
Daarom werd uitgekeken naar een nieuwe uitdaging. Die uitdaging was de Zware Halve Fond. Er werd gestopt met Quiévrainvluchten, Halve Fond werd eigenlijk overgeslagen en sindsdien enkel gespeeld als voorbereiding op verder. Het feit dat ik steeds niet zo graag met jonge duiven speelde én ik als duivenliefhebber een minder goeie eigenschap heb , namelijk niet zo héél veel geduld, deed me besluiten het op een andere manier te proberen. Door omstandigheden verkocht m’n vriend Johan De Vroe (die ondertussen niet alleen een bloeiend bedrijf maar ook een schitterende duivenstam had opgebouwd) eind 1996 totaal. Op aanwijzen van Johan kocht ik op zijn verkoop 5 bevlogen jonge duivers en één jaarlingse duiver. We hadden afgesproken dat ik deze duiven zou overwennen en hiermee ook zou spelen op de vluchten.
Bij het overwennen ging één van deze 6 duiven verloren en ik kon het seizoen aanvatten met 4 jaarlingen en één oude duif van Johan, aangevuld met duiven welke reeds m’n hok bevolkten. Deze aankoop bleek een écht schot in de roos !!! 4 van de 5 duiven welke ik op de verkoop van Johan kocht bleken échte toppers, met als uitschieter ‘De Picanol 571/96’. Deze Crayonné doffer presteerde 3 jaar fantastisch en was een ware crack. Per toeval had ik in die periode de flamboyante ‘Bart Bassez’ (welke toen in Melle woonde) leren kennen en deze troonde me mee naar “De casino van Lokeren”.
Mijne Picanol vloog in het seizoen 1997 en 1998 de pannen van het dak en wist in Lokeren op die 2 jaar 11 miesen 1000, 5 miezen 2000 en één mieze 5000 te verzamelen. Hij vloog op de Zware Halve Fond toen zo maar eventjes 11 keer na elkaar binnen de 10 eerste. Een 2° crack uit het quintet van Johan De Vroe, “De Super Zombie 562/96”, landde nagenoeg steeds enkele minuten na “De Picanol” op de plank. Het prijs- (lees geld-) gewin met deze 2 duiven alleen, zorgde ervoor dat ik me in 1999 een groot modern tuinhok erbij kon plaatsen.
Een nieuwe uitdaging was….eens een mooi resultaat behalen op Barcelona. Mijn gebrek aan geduld én het feit dat ik door de prestaties van de overgewende ‘De Vroe-duiven’ geen schrik had om met overgewende duiven te spelen, deden me dus uitkijken naar een échte Barcelona-duif. Op Kerstmis 2001 werden in het toemalig lokaal ‘De Strijdersbond’ te Merelbeke, alle duiven van Philemon De Bruycker uit Schellebelle verkocht. Philemon was een succesvol liefhebber op de Zware Fond, maar moest wegens gezondheidsredenen zijn duiven van de hand doen. Ik kocht op zijn verkoop een tweejaarse doffer, welke datzelfde jaar bij Philemon per 10-tal had gewonnen op Barcelona. Ik had met Philemon afgesproken dat ik deze duif mocht overwennen en zo gezegd zo gedaan. De voorbereidende vluchten echter trok ie steeds eerst naar zijn ‘oude hok’ in Schellebelle alvorens richting Lemberge te kiezen. Doch..op Brive (laatste voorbereidende vlucht) vloog hij in Lokeren één van de laatste prijzen én…Philemon had hem niet gezien, dus..hij was recht naar huis toe gekomen ! Met volle moed werd hij dus ingekorfd op Barcelona. Op zaterdagmorgen om 10.40 streek mijne Philemon na 1073 km neer op de plank in Lemberge én…behaalde in Lokeren een schitterende 11° plaats van meer als 400 duiven. Experiment geslaagd dus. Het volgend jaar werd dus terug – mét volle verwachtingen – ingekorfd op Barcelona. Echter… mijne “Philemon” is nooit meer teruggekeerd. Dit was tevens het einde van mijn Barcelona-droom.

Het dieptepunt :
De prestaties 2002 tot 2006 waren echter niet meer zo schitterend. Drukke beroepsbezigheden en mijn politieke verantwoordelijkheden namen zoveel tijd in beslag dat er te weinig resterende tijd was om nog op een bevredigende manier duivenliefhebber te zijn.
Als voorbeeld hiervan; sinds begin jaren 2000 werd zelden of zelfs niet meer gespeeld met jonge duiven. De jongen werden zelfs, door tijdsgebrek, met moeite opgeleerd, zodat ze het ook natuurlijk als jaarling nog héél moeilijk hadden om deftige resultaten op papier te brengen. Op de duur kwamen de jongen zelfs nog met moeite buiten. Een bijkomend gegeven was dat ik toen ook niet woonde op de plaats waar m’n duivenhokken stonden. De afstand was weliswaar maar één kilometer, doch élke liefhebber zal het met me eens zijn dat dit zéker niet bevorderlijk is. Een achtergebleven jong of een nakomer van de vlucht moest wachten tot de volgende ochtend om binnengelaten te worden; ontelbare keren diende er heen- en weer gereden… op de duur wordt alles meer sleur als plezier.
En dan, dan moet een mens wel eens keuzes maken. Je kan natuurlijk zodanig veel hooi op je vork nemen en zodanig veel proberen te doen dat je op de duur ook niks meer écht goed kan doen. Het was ook duidelijk dat het combineren van werk – duiven én politiek een moeilijke zaak was/is, zeker als je er als melker alleen voor staat. Na het werk vlug-vlug de duiven en dan maken dat je om 19.30 of 20.00 aanwezig bent op één of andere vergadering…. neen…zo kan je geen resultaten boeken.
Ik nam toen een drastische beslissing en besloot niet meer aan de verkiezingen 2006 deel te nemen. Elke avond van huis weg en elk weekend ook de baan op was ook zeker niet plezant voor het vrouwke. We hadden bovendien ook bouwplannen voor een nieuwe woning (op de plaats waar mijn duivenhokken reeds al die tijd stonden).

De ommekeer :
2007 werd dus een omslaan van het roer. Het vrouwke, het werk én de duiven, tot deze zou ik me beperken en hierin m’n ambities op een mogelijk realiseerbare manier waar proberen te maken. Ondertussen werd de nieuwbouw opgetrokken waar we vanaf februari 2010 onze intrek namen.
Maar, zoals gezegd, voor de duiven moest het ook anders. Ik wou me blijven toeleggen op de Zware Halve Fondvluchten en dan voornamelijk met oude en jaarse duiven.
Het probleem van jongen uitlaten en opleren bleef echter nog steeds bestaan. Met het vroegere succesvolle overwennen in het achterhoofd zocht ik naar een oplossing. En, zowat tegelijkertijd boden 2 oplossingen zich aan.
In 2008 waren mijn jonge duiven andermaal niet opgeleerd geraakt, en ik had met Philip De Schamphelaere, een vriend duivenliefhebber uit Bottelare, afgesproken dat hij op het eind van het seizoen zo’n 30-tal jongen mocht komen halen. Hij zou uit deze kweken en met die jongen dan ook spelen. Op het eind van het seizoen zouden dan de best-presterende jonge duivinnen naar mij komen en worden overgewend met de bedoeling ze verder te spelen. (om het overwennen niet te bemoeilijken nam ik de beslissing enkel met duivinnen nog te spelen).
Te vermelden zijn natuurlijk de rassen welke ik ondertussen op de hokken had. Vermassen David (Gavere) – De Schepper-De Temmerman (Merelbeke) – Vandenheede Freddy & Jacques (Zingem) – De Vroe Johan (Moortsele) – Vandenabeele Gaby (Dentergem) – Aelbrecht Marcel (Lebbeke-via Jan Callaert). De Witte Ernest (Scheldewindeke).
Een 2° feit was de vraag van Johan De Vroe – gedurende het lopende seizoen 2009 – of ik geen interesse had om voor het seizoen 2010 enkele jonge duivinnen van bij hem over te wennen en deze verder bij mij te spelen. Wegens zijn drukke beroepsbezigheden was het voor hem moeilijk om met oude en jaarse duiven te spelen en het feit dat alles steeds meer specialisatie wordt, had hem ook doen besluiten om zich enkel nog op het spel met jonge duiven toe te leggen. Reeds een 2-tal jaar gingen de jonge doffers van bij Johan dan naar Marnic & Tom Van Gaver, buren van Johan uit Moortsele. Marnic Van Gaver had vroeger reeds meer als zijn strepen verdient als liefhebber, nagenoeg op àlle afstanden tot de Zware Fond toe; Tom Van Gaver is een jonge kracht, gepassioneerd door duiven, welke van bij zijn eerste stappen in de duivensport blijk gaf van inzicht én kennersoog. Marnic en Tom speelden echter enkel met weduwnaars, dus, vandaar de vraag van Johan aan mij om hetzelfde te proberen met de duivinnen. Lang moest ik hierover zeker niet nadenken; het stramien dat werd uitgezet was misschien wel de sleutel tot alle succes.

De laatste 3 seizoenen… terug op niveau :
2010 :

Het seizoen 2010 werd dus aangevat met enkel duivinnen, allemaal overgewend van bij Johan De Vroe (Moortsele) én Philip De Schamphelaere (Bottelare).
Het overwennen zelf verliep vlekkeloos en bovendien wisten enkele duivinnen gedurende het seizoen 2010 een héél mooi palmares bijeen te vliegen, met als stervliegster “Serena 926/2009”.
Sindsdien wordt telkenjare hetzelfde stramien gevolgd. Ik kweek een ronde jongen uit alle duiven welke ik op de hokken heb en deze jongen gaan deels naar Johan De Vroe (spelende onder de tandem De Vroe-Van Gaver) en deels naar Philip De Schamphelaere. Deze jongen worden bij hen voluit gespeeld én op het einde van het seizoen komen de duivinnen dan naar mij en worden overgewend en voluit gespeeld. De doffers gaan naar het adres Van Gaver, waar (schitterend) gespeeld wordt onder de tandem Van Gaver-De Vroe).
Hierbij wil ik ook de inbreng van m’n vriend Danny Botte zéker vermelden. Danny, die reeds jaar en dag één van mijn trouwe ‘wachters’ is, neemt mijn kweekduiven onder zijn hoede. Zélf mag hij waar hij woont geen duiven de vrijheid geven, dus werden zijn hokken omgevormd tot echte kweekhokken. Een beperkt aantal koppels zit aldaar in zéér ruime kweekbakken. Dagelijks krijgen alle koppels één voor één de vrijheid op het hok, zodat over de afstamming van elk jong geen enkele twijfel kan bestaan. Op een onnavolgbare manier ontfermt Danny zich op deze manier over mijn beperkt aantal kwekers en is alzo ook een schakel in het systeem.
Bovenstaand omschreven systeem heeft als groot voordeel dat alle duiven (zowel doffers als duivinnen, jong als oud) volop getest worden. De mand is en blijft nog steeds de best mogelijke waardemeter. Op deze manier werden de voorbije jaren reeds enkele ‘stamlijnen’ gevonden welke schitterende verervers blijken.
“Het Droomkoppel” (De Vroe-Van Gaver) is hiervan het ontegensprekelijke bewijs; bij mezelf ontpopt ‘De Bonte Slab’ zich steeds meer en meer tot een échte stamduif.

2011:
In 2011 was ongetwijfeld het behalen van de 2° Grote Marathonprijs bij de Provinciale Kampioenschappen Oost-Vlaanderen een hoogtepunt. Hiervoor zorgde “Marathon Lady 460/10”.
Naast het behalen van een 1° prijs lokaal tegen 553 jaarlingen ( 5°/4366 duiven Provinciaal ) vloog ze in het seizoen 2011 zo maar eventjes 5.878 km prijs per 5 tal op de halve fond & fond.
Meerdere topuitslagen maakten van 2011 een geslaagd seizoen.

2012 :
2012 werd dan een schitterend seizoen. Reeds vanaf Ecouen (einde april) en dit tot hun laatste vlucht Argenton (half augustus) vlogen de duivinnen zich wekelijks naar de kop van de uitslag. (onder uitslagen 2012 kan iedereen daar het bewijs van zien).
Het seizoen 2012 kende een moeizame start met héél wisselvallig weer en vaak hoge snelheden, af en toe was er een harde vlucht onder moeilijke omstandigheden met snelheden van 1100m. Dit alles kon de dametjes echter niet deren; zij waren wekelijks op post en klasseerden zich meestal met meerdere binnen de 10 eerste lokaal.
Hoogtepunten voor het seizoen 2012 zijn dan ook moeilijker te vermelden. In het Lokaal ‘Recht & Plicht – Zottegem” werden 7 eerste prijzen gehaald. Op provinciaal vlak scoorden de duivinnen 11 keer in de 20 eerste (3 keer podium met 2° – 3° – 3°); Nationaal Zone zelfs 3 keer in de eerste 10 en op Nationaal vlak werden 4 toppen behaald binnen de 20 eerste van telkens 1000-den duiven.
Héél mooi was het behalen van de 1° en 3° Asduif in het Lokaal, evenals het winnen van de Elite –Cup van de Vijfdaagse Gent. (doch eigenlijk liggen àlle behaalde titels me nauw aan het hart).
Op Provinciaal vlak waren er ook 2 klasseringen in de beide categorieën waarvoor ik kon deelnemen.
Topduiven waren er in 2012 meerdere en ook deze vinden jullie, net zoals alle andere behaalde titels en prijzen, terug op andere plaatsen op deze site.
Voor mezelf durf ik enkel te hopen dat deze prestaties een vervolg mogen kennen in 2013.
Jullie allen wens ik een fantastisch seizoen toe, waarin we met zijn allen véél plezier mogen vinden in het beoefenen van onze mooie geliefkoosde hobby; de duivensport !

Sportieve groeten,
Rudi Vandeputte

Top